Weinig woorden worden zo zacht uitgesproken als dit. Wie zegt dat hij eenzaam is, doet meestal een bekentenis, alsof hij een tekortkoming toegeeft. Dat gevoel van schuld is geen toeval; het volgt uit een idee over eenzaamheid dat de wetenschap intussen heeft losgelaten.
Wat we vroeger dachten: eenzaamheid als tekort
Lang werd eenzaamheid gelezen als een eigenschap van de persoon. Ze hoorde bij verlegenheid, bij onhandigheid in gezelschap, bij mensen die het niet lukte. In die opvatting was eenzaamheid een uitkomst van gebrekkige sociale vaardigheden, en dus iets waarvoor je jezelf iets kon verwijten.
Daarnaast leefde een tweede aanname, even taai en even ongetoetst: dat eenzaamheid een kwestie van aantallen is. Te weinig mensen om je heen. Wie dat gelooft, schrijft als remedie meer gezelschap voor, en begrijpt niet waarom dat zo vaak niet werkt.
Het was een socioloog die als eerste liet zien waarom die rekensom niet klopt.
Robert Weiss onderscheidde in 1973 emotionele eenzaamheid, het ontbreken van één hechte band, van sociale eenzaamheid, het ontbreken van een kring waar je bij hoort. Zijn belangrijkste punt was dat de twee elkaar niet vervangen. Een volle agenda met vrienden verhelpt het gemis van één vertrouwd iemand niet, en een liefdesrelatie verhelpt het gemis van een gemeenschap evenmin.
Daarmee verdween de rekensom. Eenzaamheid bleek geen tekort aan mensen maar een tekort aan een bepaald soort verbinding, en er zijn er minstens twee soorten van.
Van karaktertrek naar signaal
De tweede verschuiving kwam van John Cacioppo, die eenzaamheid ging beschrijven zoals je honger beschrijft. Honger is niet het probleem, honger is de melding: er is te weinig energie binnengekomen. Dorst meldt vochttekort, pijn meldt schade. Eenzaamheid, stelde Cacioppo, meldt dat de beschermende verbinding met anderen is gedund.
Voor een soort die alleen in groepen overleefde, is dat een nuttig alarm. Het is bovendien geen karaktertrek. Niemand verwijt zichzelf dat hij honger heeft; hoogstens vindt hij het lastig uitkomen.
John Cacioppo en Louise Hawkley beschreven in 2009 wat langdurige eenzaamheid met de waarneming doet. Wie zich sociaal geïsoleerd voelt, wordt waakzamer voor sociale dreiging: afwijzende signalen vallen sneller op, blijven beter hangen en kleuren de herinnering aan een gesprek. Die verhoogde waakzaamheid kost bovendien denkkracht, wat ten koste gaat van aandacht en zelfbeheersing.
Holt-Lunstad, J., Smith, T. B., & Layton, J. B. (2010). Social relationships and mortality risk: A meta-analytic review. PLoS Medicine, 7(7), e1000316.
Daar zit de wrange kant van het alarm. Precies wanneer je verbinding nodig hebt, maakt het je voorzichtiger tegenover anderen. Op korte termijn is dat beschermend, op lange termijn houdt het de eenzaamheid in stand.
Eenzaamheid meet niet hoeveel mensen er om je heen zijn, maar hoe ver ze van je af staan.
Wat we nu weten: het blijft niet bij een gevoel
In 2015 legden Julianne Holt-Lunstad en collega's zeventig langlopende studies naast elkaar, samen goed voor ruim drie miljoen deelnemers. Wie zich eenzaam voelde, had over de looptijd van die studies een verhoogde kans om te overlijden. Voor objectief sociaal isolement en voor alleen wonen lagen de cijfers in dezelfde orde.
Lees zo'n uitkomst met zorg. Het gaat om samenhang, niet om een aangetoonde oorzaak, en wie ziek is, raakt vaker geïsoleerd, wat de richting van de pijl deels omdraait. Maar de omvang en de consistentie plaatsen eenzaamheid wel naast risicofactoren die niemand als een kwestie van gemoed afdoet.
Die uitkomst verplaatste eenzaamheid van de spreekkamer naar de volksgezondheid. Ze werd iets om over te meten en beleid op te maken, in plaats van iets om je voor te schamen.
Wat je met een signaal doet
Met honger valt niet te redeneren; je eet. Zo werkt het hier ook, met dit verschil dat je moet weten welk soort verbinding ontbreekt. Het onderscheid van Weiss is daarvoor het handigste gereedschap dat er is: mis je één iemand, of mis je een kring? Die twee vragen leiden naar heel verschillende avonden.
Houd daarnaast rekening met de waakzaamheid. Na een lange eenzame periode voelen de eerste contacten onveiliger dan ze zijn, en klinkt een neutrale opmerking al snel afhoudend. Weten dat het alarm de meetlat verschuift, maakt het makkelijker om die eerste indruk niet meteen te geloven.
YILLO is een datingapp en dus, in de woorden van Weiss, gereedschap voor één van de twee soorten. Een gesprek dat ergens heen gaat, kan een hechte band op gang brengen; het vervangt geen kring van mensen om je heen, en we doen niet alsof. Wat de app wel doet, is het aantal voorstellen beperkt houden en laten zien waarom juist deze, zodat contact een keuze blijft in plaats van een bezigheid.
Van schaamte naar informatie
De winst van deze verschuiving is dat het gevoel zijn beschuldiging verliest. Weiss liet zien dat eenzaamheid een vorm heeft, Cacioppo dat ze een functie heeft. Wat overblijft is een melding, en meldingen kun je lezen.
Dat maakt het niet lichter. Het maakt het wel bruikbaar: niet het bewijs dat er iets mis is met jou, maar het bericht dat er iets ontbreekt, met een aanwijzing erbij van wat.
Eenzaamheid is geen oordeel over jou, maar een melding dat er iets ontbreekt:
- Weiss scheidde emotionele van sociale eenzaamheid, en de ene soort verhelpt de andere niet.
- Cacioppo beschreef eenzaamheid als alarm, met dit venijn: het alarm maakt je waakzamer en daarmee moeilijker te bereiken.
- Een meta-analyse van zeventig studies koppelt eenzaamheid aan een meetbaar hoger sterfterisico, al blijft dat samenhang en geen bewezen oorzaak.
