De taal heeft er nooit omheen gedraaid. Een gebroken hart, gekwetst zijn, iets dat pijn doet: het verlies van iemand wordt beschreven met woorden die van het lichaam zijn geleend. Lang gold dat als beeldspraak. Toen konden onderzoekers in de schedel kijken, en werd de beeldspraak een onderzoeksvraag.

Wat we vroeger dachten: pijn zit in het lichaam, verdriet in de ziel

Descartes beschreef pijn in de zeventiende eeuw als een mechanisch signaal. Een prikkel aan de huid trekt aan een draad, de draad opent een klepje in de hersenen, en de pijn wordt gevoeld. Verdriet hoorde in dat model bij een andere orde, die van de ziel. De geneeskunde erfde die tweedeling en hield haar eeuwenlang aan: lichamelijke klachten in het ene spreekuur, gemoedsklachten in het andere.

Dat de taal zich niets van die scheiding aantrok, viel op maar telde niet mee. Wie zei dat afwijzing pijn deed, gebruikte een metafoor, net zoals een zware dag zwaar heet zonder iets te wegen. De woorden waren geleend, zo luidde de aanname, en geleend blijft geleend.

Die aanname was nooit getoetst, en ze was ook lastig te toetsen. Je kunt niemand vragen zijn verdriet naast zijn kiespijn te leggen en de twee eerlijk te vergelijken. Daarvoor was een methode nodig die niet afhing van wat de deelnemer er zelf over zei.

De studie die het beeld kantelde

Naomi Eisenberger, Matthew Lieberman en Kipling Williams lieten in 2003 deelnemers in een scanner een balspel spelen met twee anderen, die in werkelijkheid door een computer werden bestuurd. Halverwege stopten die twee met overgooien. Tijdens die uitsluiting nam de activiteit toe in de dorsale anterieure cingulate cortex, een gebied dat ook bij lichamelijke pijn aanspringt, en die toename liep gelijk op met de hoeveelheid leed die deelnemers achteraf rapporteerden. Een tweede gebied, in de rechter ventrale prefrontale cortex, hing juist samen met minder leed, alsof het de rem was.

Eisenberger, N. I., Lieberman, M. D., & Williams, K. D. (2003). Does rejection hurt? An fMRI study of social exclusion. Science, 302(5643), 290-292.

Het artikel heette Does rejection hurt? De samenvatting die de wereld overging luidde: afwijzing doet letterlijk pijn. Die zin stond niet in het artikel.

Waarom die zin te ver ging

Het bezwaar is technisch en beslissend. De dorsale anterieure cingulate cortex is geen pijncentrum. Hetzelfde gebied wordt actief bij conflict, bij verrassing, bij inspanning, bij zowat alles wat de aandacht opeist. Uit activiteit daar terugredeneren naar één bepaalde ervaring heet omgekeerde gevolgtrekking, en het is de bekendste valkuil van hersenonderzoek.

Het bezwaar kwam niet van buiten maar uit het vak zelf, en het was geen weerlegging. Eisenberger had een overlap gevonden die er werkelijk is. Wat ontbrak, was bewijs dat die overlap iets zei over pijn in het bijzonder en niet over onaangenaamheid in het algemeen.

De precieze formulering

Ethan Kross en collega's zochten in 2011 naar overlap in gebieden die veel specifieker met pijn te maken hebben. Deelnemers keken in de scanner naar een foto van hun ex en kregen daarnaast een pijnlijke warmteprikkel op de onderarm. Bij beide taken kwamen de secundaire somatosensorische cortex en de dorsale posterieure insula in beeld, gebieden waarvan de activiteit in een databank van ruim vijfhonderd eerdere studies tot achtentachtig procent voorspellend bleek voor lichamelijke pijn. Kross sprak van gedeelde somatosensorische representaties.

Kross, E., Berman, M. G., Mischel, W., Smith, E. E., & Wager, T. D. (2011). Social rejection shares somatosensory representations with physical pain. Proceedings of the National Academy of Sciences, 108(15), 6270-6275.

Let op die woordkeuze. Gedeelde representaties betekent dat twee ervaringen deels dezelfde bedrading gebruiken. Het betekent niet dat ze hetzelfde zijn. Kross schreef dat er uitdrukkelijk bij, en juist die zorgvuldigheid sneuvelde in de navertelling.

Dat twee ervaringen dezelfde bedrading gebruiken, maakt ze nog niet dezelfde ervaring.

Wat we nu weten: dezelfde straat, andere huizen

De bevinding van Kross was scherp omdat de opzet scherp was. Geen milde uitsluiting door onbekenden, maar een verse, ongewilde breuk, en deelnemers aan wie werd gevraagd die te herbeleven terwijl ze naar het gezicht keken dat ze kwijt waren.

Alleen bij die intensiteit lichtten ook de zintuiglijke pijngebieden op. Bij mildere vormen van afwijzing bleef het bij de gebieden die Eisenberger had gevonden.

40
deelnemers die in het half jaar daarvoor ongewild waren verlaten, keken in de scanner naar een foto van hun ex en ondergingen daarnaast een pijnlijke warmteprikkel. Dezelfde mensen, twee soorten pijn, voor het eerst in één opzet naast elkaar gelegd.

En zelfs dat was niet het laatste woord. In 2014 legden Choong-Wan Woo, Tor Wager en collega's, met Kross zelf als medeauteur, zestig deelnemers dezelfde twee taken voor en keken niet naar losse gebieden maar naar patronen. Een model dat lichamelijke pijn feilloos herkende, presteerde op afwijzing niet beter dan toeval, en omgekeerd. Zelfs binnen de dorsale anterieure cingulate cortex bleken de twee patronen ongecorreleerd.

Waarom dit iets uitmaakt voor wie het overkomt

De praktische winst zit in de geruststelling. Wie na een breuk moe is, slecht slaapt en zich niet kan concentreren, heeft geen gebrek aan veerkracht. Het lichaam behandelt het verlies als een verwonding, met de traagheid van herstel die daarbij hoort.

Dat verklaart ook waarom redeneren zo weinig helpt. Je kunt jezelf uitleggen dat het beter zo is; het alarm luistert niet naar argumenten. Waar het wel naar luistert zijn contact, tijd en slaap, precies de dingen die na een breuk het eerst wegvallen.

Hoe YILLO hiermee omgaat

Daarom kun je in YILLO je profiel pauzeren zonder iets kwijt te raken. Je verdwijnt uit Ontdekken, je gesprekken en je gegevens blijven staan, en je zet het weer aan wanneer je zover bent. Er is geen reeks om bij te houden en geen teller die tegen je oploopt zolang je wegblijft. Een alarmsysteem dat tijd nodig heeft, help je niet door het op te jagen.

Van beeldspraak naar bedrading, en terug naar maat

De geschiedenis van dit onderzoek is een les in tempo. Een voorzichtige bevinding uit 2003 werd binnen een jaar een stelligheid, en het duurde meer dan tien jaar voor het vak die stelligheid terugbracht tot wat er werkelijk stond.

Wat overblijft is genoeg. De scheiding van Descartes houdt geen stand: verdriet is niet minder lichamelijk dan pijn, en het vraagt dezelfde tijd. Maar dat is iets anders dan zeggen dat het hetzelfde is, en precies dat verschil maakt dit onderzoek de moeite waard.

Dit neem je mee

Een breuk leunt op het pijnsysteem, maar leunen is niet hetzelfde als zijn:

  • Eisenberger vond in 2003 overlap in een gebied dat bij zowat alles oplicht, en bewees daarmee minder dan de koppen beweerden.
  • Kross liet in 2011 overlap zien in gebieden die veel specifieker bij pijn horen, maar noemde het gedeelde representaties, niet dezelfde pijn.
  • In 2014 bleken de patronen binnen precies die gedeelde gebieden alsnog uit elkaar te houden: dezelfde straat, andere huizen.